Interpassiviteit en social bookmarking

Ik kwam net deze link tegen over de scalability van de architectuur die youtube mogelijk maakt. Per tier binnen de youtube architectuur wordt beschreven welke technologieën er worden gebruikt en welke optimalisaties er zijn doorgevoerd. Ik scan het artikel en mijn muis beweegt als vanzelf naar de de.icio.us “tag” knop, waarmee ik het artikel toevoeg aan mijn bookmarks, zodat ik het later kan gaan lezen omdat ik nu te druk ben met andere dingen.

Ik realiseer me tegelijkertijd dat 80% van de artikelen die ik ongelezen toevoeg aan delicious, door mij ongelezen blijven.

Slavoj Zizek heeft hier een term voor gemunt, namelijk de interpassiviteit. Interpassiviteit is de tegenhanger van interactiviteit, waarbij bezoekers of gebruikers van een website worden getransformeerd tot deelnemers. In een interpassieve relatie, neemt de gebruikte technologie juist de rol op zich die normaal gesproken door de gebruiker wordt vervuld, namelijk de ‘consummatie’ van het medium of de content. De gebruiker, of consument, wordt zo boventallig. Zizek illustreert dit vaak door te verwijzen naar de videorecorder (een apparaat uit de vorige eeuw), die we in onze naam televisie uitzendingen laten bekijken, vaak zonder ze zelf ooit terug te kijken.

Hetzelfde verschijnsel treedt ook op binnen social bookmarking; ik voeg de link toe aan delicious, waarschijnlijk zonder hem zelf ooit te zullen lezen. Delicious wordt daardoor “wijzer” en potentieel waardevoller voor haar overige gebruikers, in naam van mij.

Water en olie

water en olieVandaag ben ik er in een gesprek met een oude bekende weer op gewezen hoe belangrijk het is om een intermediair tussen communicatie (appelleren) en techniek (faciliteren) in te schakelen bij de ontwikkeling van een (corporate) website. Doel van een website voor een bedrijf, is in de eerste plaats company-branding; doel en dienstverlening van je bedrijf communiceren aan je klanten. Hiervoor zijn onder andere de volgende zaken van belang:

  • Structuur
    Bezoekers komen meestal met een bepaalde vraag op je website. Deze vraag moet zo snel mogelijk beantwoord worden. De structuur van de website moet zodanig worden opgezet, dat de bezoeker a) snel het antwoord op zijn vraag kan vinden, b) ten allen tijde het overzicht behoudt en c) relevante overige informatie snel kan “ontdekken”.
  • Beeldgebruik
    Veel mensen denken in beelden. Het gebruik van beeldmateriaal kan de navigatie en de teksten ondersteunen. Goed gekozen beelden zorgen hierbij voor a) overzicht b) herkenning c) een vertrouwenwekkende uitstraling.
  • Teksten
    Een goede copywriter betaalt zichzelf terug. Door de juiste toon aan te slaan in je teksten, kun je ervoor zorgen dat een groter deel van de bezoekers van je website verandert in een nieuwe klant.

Wanneer je een website nodig hebt, neem je contact op met iemand die websites bouwt. Voor brood ga je immers ook naar de bakker, zoals je voor vlees gaat naar de slager. Klinkt in ieder geval aannemelijk! Voor websites lijkt dit echter toch wat genuanceerder te liggen. Een website is namelijk geen doel in zichzelf, zoals brood en vlees dat wel zijn. Een (corporate) website is veel meer dan een verzameling van nodes, images en pagina’s; het is vaak de eerste indruk die (potentiële) klanten krijgen van je bedrijf!

Gevoel voor communicatie en technische begaafdheid zijn eigenschappen die zelden in een persoon gevonden kunnen worden. Ze lijken elkaar af te stoten, niet te mengen, zoals water en olie ook niet mengbaar zijn. Ervoor kiezen om en programmeur je website te laten maken, zorgt ervoor dat je website technisch goed in elkaar steekt, maar resulteert vaak in een website, die vertrekt vanuit de techniek, in plaats van vanuit het appelleren aan de klant. Ervoor kiezen om een communicatie-deskundige je website te laten ontwerpen, zorgt ervoor dat je website visueel aantrekkelijk is en dat je boodschap goed overkomt, maar kan er daarnaast voor zorgen dat je website schreeuwend duur wordt om te maken, omdat er geen rekening is gehouden met technische randvoorwaarden tijdens het ontwerp.

Voor de mensen die zich bevinden op het grensvlak tussen techniek en communicatie is er nog een heleboel winst te behalen!

Klein Amsterdams

Iedereen kent het logo dat hoort bij de I Amsterdam campagne, waarmee de stad Amsterdam zichzelf wil profileren in de internationale Arena. Goed logo, herkenbare en plakkende kreet.

I Amsterdam
Het logo van de I Amsterdam campagne

Nu heeft een bevriende ambtenaar (hoi Maarten!) een variant op dit logo gebruikt voor zijn I ambtenaar hyve.

IAMbtenaar
Het logo van de I Ambtenaar hyve

Ambtenaren zijn tevreden mensen. Ze zijn blij dat ze ambtenaar zijn, want ze genieten van de comfortabele en veilige positie waarin ze zich bevinden. Allemaal weten ze in welk jaar ze met pensioen mogen, waarna het echte genieten gaat beginnen. Tot die tijd staan ze van 9 tot 5 voor 5 bij de koffie-automaat en praten ze met hun collega’s over de dingen die ze tijdens hun 45 vakantiedagen doen.

Althans, dat is het beeld waarmee ambtenaren op verjaardagen gepest worden. Juist om die reden is de I ambtenaar hyve opgestart en op het moment van dit schrijven telt de hyve 911 leden, die allemaal het I ambtenaar logo als een geuzenvlag dragen op hun eigen pagina.

Maarten, de oprichter van de hyve, heeft door dit initiatief inmiddels wat publiciteit gekregen van de Volkskrant en dit is ook in de gemeentelijke kantoren van Amsterdam niet onopgemerkt gebleven. Hier waren ze echter not amused door de persiflage op hun logo. Door middel van een “cease and desist letter” hebben ze Maarten laten weten dat hij onmiddellijk moet stoppen met het voeren van het I ambtenaar logo op zijn hyve.

Cease and desist I ambtenaar 1/2Cease and desist I ambtenaar 2/2
De brief van de gemeente Amsterdam

Quote uit de brief:

Het door u gebezigde logo is ontwikkeld op basis van het door ons geregistreerde merk en vertoont daarmee sterke gelijkenis. Bij het publiek zal, wanneer zij wordt geconfronteerd met uw logo, de associatie kunnen worden gewekt met (het woord- en het beeldmerk van) de gemeente.

Ze hebben natuurlijk helemaal gelijk wanneer ze zeggen dat het publiek de associatie zal leggen met het I Amsterdam logo. De associatie die mensen hebben met het beeldmerk, is blijkbaar positief, want ze gebruiken het als basis voor hun eigen I ambtenaar “geuzenvlag”. Aan de ene kant laten deze mensen dus blijken dat ze een positieve associatie met het I Amsterdam beeldmerk hebben via de “opt in” op de I ambtenaar hyve en aan de andere kant zorgt de I ambtenaar hyve op haar beurt voor (positieve) publiciteit voor de I Amsterdam campagne; de kracht zit hem immers in de persiflage, in de herkenning.

Win-win dus. Bovenstaande quote wordt echter afgesloten door onderstaande zin.

De gemeente heeft derhalve het recht zich te verzetten tegen het gebruik van het logo.

Granted, maar op basis van de gecreëerde win-win situatie zou je zeggen dat dit niet in hun belang zou zijn. Ze vervolgen hun brief als volgt.

Namens het college verzoek ik u op grond van het bovenstaande het gebruik van het logo “I ambtenaar” te staken. Wanneer u het gebruik niet staakt, dan kan de gemeente zich daartegen verzetten. Daarnaast heeft zij de mogelijkheid schadevergoeding te vorderen voor de schade die zij door het onrechtmatige gebruik lijdt, alsook afdracht van ten gevolge van dit gebruik genoten winst. Wordt het logo “I ambtenaar” toch gebruikt en is de gemeente genoodzaakt rechtsmaatregelen jegens u te treffen, dan zullen tevens de kosten van de in te stellen procedure op u worden verhaald.

De gemeente Amsterdam heeft geïnvesteerd in de I Amsterdam campagne. Wanneer een potentiële concurrent probeert mee te liften op een gemaakte investering, ben je ook verplicht om je hiertegen te verzetten. Je loopt dan namelijk het risico om de rechten op je geregistreerde (beeld)merk te verliezen. albert heijn - unileverDit is ook de reden waarom Unilever zich genoodzaakt heeft gevoeld om kruidenier Albert Heijn aan te klagen voor het gebruiken van sterk gelijkende verpakkingsmaterialen voor haar huismerken. Unilever heeft namelijk geïnvesteerd in de herkenbaarheid van hun productlijnen. Door het voeren van verpakkingen die sterk lijken op de verpakkingen van Unilever’s producten, vist Albert Heijn met het aas van Unilever, in dezelfde vijver.

Er is echter een belangrijk verschil tussen de zaak Unilever vs Albert Heijn en het opstootje tussen I Amsterdam en I ambtenaar. Unilever en Albert Heijn hebben conflicterende belangen. Ze vissen in dezelfde vijver en het aantal vissen is eindig. De I Amsterdam campagne en de I ambtenaar hyve hebben daarentegen in potentie een aanvullende werking. De een (I ambtenaar) bestaat bij gratie van de de associatie met de ander (I Amsterdam). Een associatie bovendien, die naar beide kanten een positieve uitwerking heeft. Er bestaat dus vanuit de associatie geen reden om het gebruik van het I ambtenaar logo aan te vechten. Zelfs al zaten er negatieve elementen in de associatie, dan nog zou de gemeente Amsterdam er verstandig aan doen om het gebruik van het I ambtenaar logo niet aan te vechten. Negatieve publiciteit blijft nog altijd publiciteit.

Wanneer je het over publiciteit hebt, kom je al snel terecht bij marketing-grootmeester Steve Jobs. De maanden die voorafgingen aan de iPhone en Jobslaunch van zijn iPhone hebben we kunnen zien hoe een succesvolle marketingcampagne tot massa-hysterie kan leiden. Van deze campagne zou de gemeente Amsterdam een hoop op kunnen steken (waar ik ze graag bij help overigens).

Anders dan de gemeente Amsterdam nu doet met hun cease and desist richting de I ambtenaar hyve, heeft Jobs zich niet verzet tegen alle persiflages en (negatieve) publicaties over de iPhone. Het leverde hem namelijk gratis publiciteit op! Zelfs negatieve publiciteit kan een positieve werking hebben, omdat het de markt polariseert; het verdeelt de markt in voorstanders en tegenstanders. De spanning tussen voor en tegen, tussen positief en negatief, vormt energie; energie betekent buzz; buzz betekent gratis publiciteit. Steve Jobs kent dit spelletje als geen ander. De gemeente Amsterdam heeft hierover nog het een en ander te leren.

Meedoen zorgt voor meerwaarde

Ten tijde van O’Reilly’s proclamatie van het web2.0 tijdperk was het nog overzichtelijk wat er allemaal gebeurde, waar het vandaan kwam en wat ik eraan had. Diensten als amazon, ebay, flickr en Google (Maps) sloten netjes aan bij het verwachtingspatroon dat je van webdiensten hebt en leveren een dienst waarvan onmiddellijk helder is wat het bestaansrecht is van die dienst. Ik koop een digicam op amazon, ik plaats de foto’s die ik ermee maak op flickr en op ebay tenslotte, verkoop ik de camera weer. Google Search heeft er intussen voor gezorgd dat alles gevonden wordt en met Google Adsense betaal ik de rekeningen. Diensten waarvan iedere individuele gebruiker onmiddellijk begrijpt waartoe het dient en welke meerwaarde het biedt.

Dit is aan het veranderen. De meerwaarde van de nieuwste concepten is vaak niet meer in 1 oogopslag helder. Dacht je dat het moeilijk is om iemand te overtuigen van de lol van hyves? Probeer ze maar ’s over te halen om een twitter.com account aan te maken. Het is bijna onmogelijk om uit te leggen wat de meerwaarde is van twitter, door slechts haar dienstverlening te beschrijven:

Je zegt wat je aan het doen bent.
Andere mensen kunnen je vrienden worden.
Op jouw homepage zie je wat jouw vrienden aan het doen zijn.

Het eerste wat je van de gezichten leest is een verbaasd: maar waarom?

Het leuke aan hyves zit ‘m in de participatie. Pas wanneer je je eerste verloren contact hebt hersteld, of wanneer je ziet dat andere mensen zich aan hebben gesloten bij je hyve, merk je waarom al die mensen enthousiast zijn over hyves.

In extreme mate geldt dit ook voor twitter. Pas door eraan deel te nemen, door te participeren, merk je wat de meerwaarde is van twitter. Waarom zeggen wat ik aan het doen ben? Over een mogelijk antwoord op deze vraag is al een heleboel geschreven en hier ga ik ook niet nog meer aan toevoegen. Net zoals de wijze lessen van onze goed-bedoelende ouders niet bleven hangen en we alles zelf moesten ondervinden, zo ook moet je twitter ervaren om de meerwaarde te begrijpen.

Het wonder van twitter kan misschien het beste begrepen worden adhv een voorbeeld. Erwin Blom, verantwoordelijk voor de online activiteiten van de VPRO, liet via twitter weten op zoek te zijn naar interessante gasten voor het programma zomergasten. Andere mensen haakten hier weer op in en na een paar suggesties, ontstond het idee om zelf via operator11 een online versie van zomergasten te gaan produceren. (Met operator11 kan je in samenwerking met anderen je eigen – live – tv kanaal samenstellen en is weer een voorbeeld van een dienst die vooral vanuit de participatie gewaardeerd moet worden.) De twitters verzonnen een naam voor de show (zomaargasten), claimden een domein en inmiddels is de tweede aflevering mbv operator11 opgenomen. Helemaal gratis en in een week tijd realiteit.

Geweldig.

De gasten maken het feest en dit is zeker het geval bij de jongste ondernemingen op het Internet. Zonder in te haken op een aantal (tot dan toe nog onbekende) personen waarvan jij denkt dat ze wel ’s interessante dingen zouden gaan roepen, gaan twitter en jij geen vriendjes worden. Participatie en pro-activiteit is waar het om draait. De tijden waarin mensen alleen maar mochten verwachten dat ze slack-jawed worden vermaakt zijn voorbij. Meedoen zorgt voor meerwaarde!

De Nederlandse twitter scene bevat een aantal interessante personen en dit zorgt voor een kruisbestuiving waar ongetwijfeld weer nieuwe ondernemingen uit zullen volgen. Ik zou op dit moment echt niet durven zeggen in welke richting dit zal zijn, maar hoop wel dat ik er onderdeel van ben, eraan kan bijdragen.

Interessante tijden!

Een effectieve website

Op Frankwatching heeft Sjoerd Mesker een goed en uitgebreid stuk geschreven over de factoren die meespelen in de beoordeling van je website door je bezoekers. Hij verdeelt deze beoordeling in 3 stappen, namelijk:

1: De eerste indruk
2: Kennismaking
3: Interactie

Vooral punt 1 kan moeilijk overschat worden en is een punt waarop voor veel bedrijven een hoop winst te behalen is. Voorafgaand aan stap 1, moet vastgesteld worden wat er gecommuniceerd dient te worden. Dit is iets waar vaak langer bij stilgestaan zou moeten worden. Voor de klant/het bedrijf is het (redelijk vaak) duidelijk wat hun dienstverlening is; het verkopen van een dienst of product. Dit is alleen niet automatisch ook de te communiceren boodschap.
Communicatie

Wat ik regelmatig tegenkom, is dat de boodschap die bedrijven via hun site communiceren, niet aansluit bij de manier waarop ze aan hun klant zouden kunnen/moeten appelleren, maar vooral weergeeft hoe hun business achter de schermen in elkaar steekt. Een potentiële klant wordt hierdoor gedwongen om zichzelf eerst in de achtergrond van de dienstverlening te verdiepen, voordat hij kan bepalen dat hij inderdaad aan het juiste adres is.

Een installateur/loodgieter bijvoorbeeld, heeft vaak een website met schroefjes, fittingen en gereedschap, terwijl ze juist de waarde van hun diensten voor hun klant zouden moeten communiceren; een warm, droog en veilig huis. De klant is niet op zoek naar de installatie van pvc dakprofielen (uit de dikke duim), maar komt op de website met een duidelijke vraag. Aan deze vraag moet een goede website aansluiten. Lekt er iets? Is het te warm/koud? Energierekening te hoog? Liggen uw kanaries onderin hun kooitje? Bel ons!

Een homepage wordt pas effectief, wanneer je de diensten die je biedt weet te presenteren op een manier die overeenkomt met hun waarde voor je klant.

De wetenschappelijke onzin van matching algoritmen

David Evans heeft op zijn online dating insider blog een paar artikelen geschreven over de wetenschappelijke merits van matching algoritmen. Ik heb er ook al ’s wat minder genuanceerde stukken over geschreven. Evans geeft aan dat hij geen idee heeft wat de grote datingreuzen in hun black box hebben zitten waarmee ze profielen aan elkaar koppelen.

Welk van bovenstaande figuren spreekt je het meeste aan?
Welk van bovenstaande figuren spreekt je het meest aan?

Ook in Nederland bestaan er (vooral betaalde) datingsites die schermen met hun wetenschappelijk verantwoorde matching algoritmen, zonder hierbij overigens terug te vallen op theorie, of (gasp!) onderzoeksresultaten. De laatste keer dat ik me in heb geschreven bij parship bijvoorbeeld, bevatte hun test vragen waarbij je moet aangeven welke van twee abstracte figuren je het meeste aanspreekt. Een lijntje dat naar boven wijst (figuur a), of een lijntje dat naar beneden wijst (figuur b). Onwillekeurig denk je dat je voor figuur a moet kiezen, omdat je anders in het hokje voor de depressieve doemdenkers die allemaal voor figuur b hebben gekozen wordt geplaatst. Het lijkt me dat deze gedachten, die allemaal te herleiden zijn tot “wat vragen ze hier echt van me?”, de beoogde werking van de test saboteren. Ook lijkt het me, dat niemand die tests doet, zonder zich af te vragen hoe het algoritme van die datingsite in hemelsnaam aan de hand van mijn antwoord op die vraag zou kunnen vaststellen dat ik op spontane en ondernemende vrouwen val. Daarbij: veel van de antwoorden die ik toen gegeven heb, zou ik nu niet meer kunnen reproduceren.

Volstrekte willekeur.

“Wetenschappelijk” klinkt als: “kwaliteit” en veel mensen zullen hier ook voor vallen, maar het gebruik van deze termen is ernstig aan inflatie onderhevig. Wanneer elke datingsite roept dat de wetenschap in hun hoek staat en ze allemaal horden mismatches in onze richting af blijven vuren, zal de combinatie van de termen “wetenschap” en “matching” de bijsmaak van levertraan krijgen; ze beweren dat het goed voor je is, maar je merkt vooral de wrange bijsmaak op.

Natuurlijk ben ik niet geheel onbevooroordeeld. Het is de bedoeling om in de komende weken de eerste beta online te krijgen van dateable. ’s Kijken of wij het beter kunnen!

Nieuwe gadget

Twitter is zo’n concept waarvan ik op voorhand niet had gegokt dat het het succes zou kunnen worden dat het nu onmiskenbaar is. Het concept: vertel twitter wat je op dit moment doet, zie op twitter wat anderen op dit moment doen. De eerste vraag die logischerwijs opkomt is: maar waarom?? Nou, twitter blijkt vooral erg handig te zijn om je eigen netwerk uit te breiden doordat je voortdurend ziet waar iedereen mee bezig is. De leads schieten over en weer.
Natuurlijk stelt twitter ook allerlei handige tools beschikbaar om de user-generated marketing mee te oliën. Zo ook de grote roze vlek rechts in uw blikveld, waarop te zien valt wat mij op dit moment bezig houdt.

Doerak geslaagd!

Keuring Doerak

Doerak is Politiehond! Al twee weken, maar hierbij alsnog even een vermelding. Inmiddels heb ik ook een videoverslag gemaakt van de keuring. Deze is te vinden op http://www.phdvdeventer.nl/keuring-doerak.html

Veel kijkplezier!

Wat wordt beloond, wordt verbeterd

Iedereen die ooit iets over management heeft gelezen, is bekend met het adagium “what gets measured and rewarded, gets done”. Wat je meet en beloont, wordt afgerond. Zelfs wanneer je rode vlekken op je huid krijgt bij het horen van het woord “manager”, is dit principe toch intuïtief helder. Meet het aantal telefoontjes dat een callcenter medewerker per uur afhandelt, beloon diegenen die de meeste telefoontjes afhandelen en op miraculeuze wijze vermindert de gemiddelde wachttijd van de mensen die in de wacht staan. Je medewerkers belonen naar productie, zorgt voor een vergroting van de productie. Klinkt mooi, toch?

meten is weten

De catch zit ‘m erin dat wanneer je metrics aan gaat brengen op je proces en gaat belonen aan de hand van deze metrics, er een ander mechanisme in werking treedt; “what doesn’t get measured or rewarded, gets swept under the rug”. Alles wat niet wordt gemeten of beloond, wordt irrelevant. Stel je voor dat je wel de snelheid van je callcenter medewerkers zou belonen, maar daarnaast niet de klanttevredenheid zou meten. Een medewerker die alle lastige klanten gewoon wegdrukt, wordt hiervoor vervolgens beloond. Door iets te meten, loop je het gevaar aan het uiteindelijke doel voorbij te schieten; een tevreden klant!

Een variant op bovenstaand management adagium is “what gets rewarded, gets improved”. Dat wat je beloont, wordt verbeterd. Je ziet dit terug in sport, waarbij race auto’s steeds sneller worden, turners steeds sterker worden en bodybuilders steeds groter worden.

En nu zijn jullie aan de beurt.

Voor een stuk dat ik aan het schrijven ben heb ik namelijk een aantal goede voorbeelden nodig van het optreden van het “what gets rewarded, gets improved” mechanisme op andere gebieden, zoals management, marketing, of personal improvement.

Weet jij hier een voorbeeld voor te verzinnen?

Quote of the day

Verveling alomTim Ferriss, auteur van the 4 hour workweek, in gesprek met Darren Rowse.

Chase excitement and you’ll find happiness, but not the other way around

Een tropisch strand is 3 dagen leuk, maar daarna treedt de verveling in. Geluk zit in de uitdaging, niet in passiviteit. Hier kan geen palmboom of wit schelpenstrand iets aan veranderen.